Eva
Boudewijn De GrootVersion1
90
Chords in this song
Strum
D-DU-UDU
Ik houd de wereld in mijn hand,
het glazen ei vol land en wolken.
Ik zal de hemel gaan bevolken,
ik roep de varens uit het zand.
Ik schud de apen uit mijn mouw,
de spikkelpanters en de mieren,
het blauw konijn, de krabbeldieren.
Ik strooi topaas, azuur en dauw.
Ik weet nu dat ik alles kan.
Ik ken de dieren aan hun vel,
de vogels aan hun notenspel
en ik geef namen aan de man.
De verf die ik morste,
vliegt plotseling in brand,
't pallet valt vlammend uit mijn hand.
De aarde zwaait open,
ik zie haar lopen
in mijn eigen groene gras.
Wil jij soms wit wezen
dat ik je niet ken
en dat ik niet almachtig ben.
Je wilt me vergeten,
mijn vruchten eten
en me bedriegen met je man.
Hier in je lichaam van albast
zie ik de roze vlammen branden
en wat je wilt valt in je handen,
je hebt mijn wereld aangetast.
Daar sluipt de groen gevlekte kat
en heeft de merel al te grazen,
de leguaan gaat bellen blazen,
kruipt op vijf poten over het pad.
De vleesboom rijst het water uit
en rinkelt met zijn glazen snaren.
Er zit in de kristal pilaren
een uil die schuine liedjes fluit.
Hier sta ik voor zot
in mijn kamerjapon,
ik dacht wel dat ik alles kon.
En ben ik verdwenen
dan komt op zijn tenen
de engel met het grote mes.
Source: Songsterr · Rights holder? Request removal.
Readable chord sheet for Eva by Boudewijn De Groot
[Am] [C6]
[Am]Ik houd de wereld in mijn h[Em]and, [A#]
[Am]het glazen ei vol land en w[Em]olken.[A#]
[Am]Ik zal de h[G]emel gaan bevo[C]lk[Fmaj9]en, [C]
ik roep de va[G]rens uit het za[Am]nd. [G]
[C]Ik schud de [A]apen uit mijn mo[D]uw[Dsus4], [Bm7]
de spikkelp[B]anters en de mi[E]eren,
[C]het blauw k[D]onijn, de krabbeld[G]ieren.
Ik strooi t[C]opaas, [Fmaj7]azuur en da[E]uw. [E7]
[Am]Ik weet nu dat ik alles k[Em]an. [A#]
[Am]Ik ken de dieren aan hun [Em]vel, [A#]
[Am]de vogels aan h[G]un notenspe[C]l
en ik geef [G]namen aan de m[Am]an. [G] [C] [Fmaj9] [C]
De v[C]erf die ik mo[Em7]rste,
[Am]vliegt plotseling in b[G]rand[C],
't pallet valt [Cmaj7]vlammend u[G]it mijn h[C]an[Cadd9]d.
De a[F]arde zwaait op[G]en,
[C]ik zie haar lo[Em]pen
[Am]in mijn e[Fmaj7]igen groene g[Em]ras.
Wil [C]jij soms wit we[Em7]zen
[Am]dat ik je ni[G]et k[C]en
en dat ik [Cmaj]niet al[G]machtig b[C]en[Cadd9].
Je [F]wilt me verg[G]eten,
[C]mijn vruchten [Em]eten
en [Am]me bedriegen [C]met je [Em]man.
[Am]Hier in je lichaam van alb[Em]ast [A#]
[Am]zie ik de roze vlammen bra[Em]nden [A#]
[Am]en wat je wil[G]t valt in je ha[C]nd[Fmaj9]en, [C]
je hebt m[G]ijn wereld aange[Am]tast. [G]
[C]Daar sluipt de g[A]roen gevlekte k[D]at[Dsus4] [Bm7]
en heeft de [B]merel al te gr[E]azen,
[C]de legu[D]aan gaat bellen bl[G]azen,
kruipt op v[C]ijf pote[Fmaj7]n over het [E]pad. [E7]
[Am]De vleesboom rijst het water [Em]uit [A#]
[Am]en rinkelt met zijn glazen s[Em]naren.[A#]
[Am]Er zit in de kri[G]stal pila[C]ren
een uil die s[G]chuine lied[Am]jes flu[G]it[C]. [Fmaj9] [C]
Hie[C]r sta ik voor [Em7]zot
[Am]in mijn kamer[G]japo[C]n,
ik dacht [Cmaj7]wel dat [G]ik alles [C]ko[Cadd9]n.
En [F]ben ik verdw[G]enen
[C]dan komt op zijn [Em]tenen
[Am]de engel [Fmaj7]met het grote [Em]mes.
[Am] [Em] [A#]
[Am] [Em] [A#]
[Am] [G] [C]
[G] [Am] [G] [C] [Fmaj9] [C]
[C] [Em7]
[Am] [G] [C]
[Cmaj7] [G] [C] [Cadd9]
[F] [G]
[C] [Em]
[Am] [Fmaj7] [Em]
[Am]